vrijdag 27 juni 2014

afscheid nemen

Marco Borsato zingt het al met de woorden "afscheid nemen bestaat niet".  We nemen namelijk dagelijks afscheid. Van alles en iedereen. Bijvoorbeeld van onze collega's om de volgende morgen, misschien een paar dagen later, of soms weken, wanneer er een vakantie tussen zit, ze weer op onze werkplek te begroeten. Om weer terug te keren en een ieder een goede werkdag te wensen. Zoals ook die dag, nu ruim een jaar geleden, bij het naar huis gaan, teamleden mij nog een heel goede dag toe wensten of met een doodnormaal "Tot morgen"! afscheid namen.

Het is goed mogelijk dat een goede toeschouwer het wellicht al enige tijd had zien aankomen; het licht ging uit die dag bij mij. "Burn-out" was de onverbiddelijke diagnose van mijn huisarts. De tijd die daarop volgde heeft voornamelijk in het teken van herstel gestaan. Dit ging gepaard met vallen en opstaan met voor ogen dat het geen afscheid zou zijn, maar een terugkeer.

Echter het herstel neemt meer tijd in dan wat ik eerst voor ogen heb gehouden. Daarbij kwam nog dat ik te horen kreeg dat terugkeer naar mijn "oude werkplek" geen optie was. Een nieuwe klap voor mij die ik moet incasseren. Wekenlang heb ik gedaan om dit te verwerken. Ik kwam aan niets anders meer toe, omdat dat alle aandacht van mij opeiste: "Hoe kan dit nou?" was een vraag die mij nachtenlang wakker hield. Daar had ik geen antwoord opgekregen en zou ik wellicht ook niet krijgen. Het bewuste gesprek waarin ik het te horen kreeg heb ik honderden malen onder een vergrootglas bekeken. Dagenlang voor me uit gestaard, boos geworden over wat me was geflikt, honderden spelletjes Candy Crunch gespeeld om maar even niet na te denken wat het daadwerkelijk met me deed. Het voelde voor mij niet goed. Ik had zoveel energie in mijn werk gestoken, lange dagen gemaakt, me het schompes gewerkt, deze school weer op de kaart gezet. Een goed inspectierapport was wellicht niet voldoende geweest? De nieuwe school voldeed wellicht niet aan de verwachtingen? Ik wilde geen afscheid.

De tijd tikt door en een hardwerkend team, wat zich bewust is dat een leerkracht er toe doet ging door in waar ze goed in zijn; lesgeven. Een interim directeur neemt het voor mij waar. Het leven gaat gewoon door, terwijl ik thuis zit te piekeren en bezig ben om "verplicht" afscheid te gaan nemen. Het voelde als "mijn kindje" wat ik opeens los moet laten, maar ik realiseerde me dat ik deze periode moest afsluiten wilde ik verder kunnen. Moeizaam zijn de draden in de kluwen van belevenissen en ervaringen losgemaakt.  Langzaamaan heb ik al wat ik daar geleerd en beleefd heb opgeslagen, als een mooie periode in mijn leven. Alle mooie ervaringen heb ik als een cadeau ingepakt. Deze periode kan ik nu achter me laten. Er zijn pieken geweest en dalen en ik kijk er op terug als een mooie leerschool. Ik kan nu loslaten, zodat ik beide handen vrij heb om een volgende stap te gaan doen.  Afscheid nemen bestaat niet, je draagt de herinneringen namelijk altijd bij je, de kunst voor mij is het loslaten en het een mooie plek te geven.

zondag 16 juni 2013

Opgebrand... Ik?



Het is druk op het werk. Zoals het altijd druk kan zijn. Echter door bezuinigingen neemt de werkdruk alleen maar toe. Ik gun mezelf nauwelijks geen tijd om pauze te nemen. Het werk stapelt zich op. Er komt alleen nog meer werk bij. Overdag bezig met brandjes blussen om vervolgens het werk wat blijft liggen 's avonds te doen. Geen tijd meer om te sporten, ook geen puf eigenlijk. Afspraken met iemand door de week gebeurt eigenlijk al bijna twee jaar niet meer. Mijn hoofd staat er niet na. Vrijdagsavonds kom ik uitgeteld thuis. Ik zak op de bank, speel het liefst het hele weekend alleen nog maar domme spelletjes op de iPad. Concentratie voor een goed boek is ver te zoeken. Na een vakantie merk ik dat mijn energieniveau al snel weer op nul is. Ik probeer me staande te houden door af en toe een "vrije" dag op te nemen.
Om het achterstallig werk thuis te doen, zodat ik niet steeds het gevoel heb dat ik achter de feiten aanloop. Ik overweeg een stapje terug te doen, dan maar minder uren werken? Maar het werk blijft liggen. En dan die voorhoofdholtes die continu volzitten, die verkoudheid die wel heel hardnekkig is deze herfst en winter. Het schijnt een fysiek probleem te zijn. Een ziekenhuisopname is noodzakelijk. Het herstel gaat op zich goed, maar de vermoeidheid blijft. De nacht voorafgaand aan de eerste werkdag word ik 's nachts klam van het zweet wakker met hartkloppingen. Wanneer de dokter mij onderzoekt en een hoge bloeddruk vaststelt beginnen er nog geen alarmbelletjes te rinkelen. Ook de woorden: ‘Waarschijnlijk door stress" komen niet bij mij binnen. Alleen maar: "door, door, door, en maar door, want het werk blijft liggen en er moet nog zo veel. Dan volgt er iets wat echt de druppel is. Het lukt niet meer. De tranen houden niet meer op. Ik meld me ziek, maar wil eigenlijk zo snel mogelijk weer aan de slag. Dan ontstaan er rode pijnlijke plekken op mijn rug. Ik moet wel toegeven dat het niet meer gaat. Dat het eigenlijk al veel langer niet gaat. Ik voel me beroerd, paniekerig, lusteloos. Lawaai, drukte, gezeur aan mijn hoofd. Ik kan er helemaal niet meer tegen. Even snel boodschappen doen? Dat lukt niet, het is opeens te veel voor me. Goed bedoelde raadgevingen worden beantwoord met een tranenstroom. Overal moet ik lijstjes voor maken, want anders vergeet ik het gewoonweg. Waar ik anders geen moeite had om twee dingen tegelijk doen, dit lukt echt niet meer. Koken, hoe uitgebreider hoe beter was mijn motto. Dat is nu een rampenplan. Hoe deed ik dat ook alweer? Er komt nauwelijks iets meer uit me handen. Het lukt me gewoonweg niet meer om orde te scheppen. Niet thuis, niet in mijn hoofd. Naar de boot, lekker zeilen wordt een groot fiasco. Durf niet eens de trossen los te gooien bij windkracht 3. "Oh stel dat ik het fout doe?" Vorig jaar was uitvaren met windkracht 6/7 voor een tocht over het Wad geen probleem... Heeft de dokter gelijk? Ben ik even opgebrand?

dinsdag 15 juni 2010

100 % eigen keuze...

"…Het is zo belangrijk om bepaalde dingen weg te laten gaan. Ze los te laten. Je ervan los te maken. Mensen moeten begrijpen dat de ander niet opzettelijk vals speelt, met gemerkte kaarten speelt. Soms winnen we en soms verliezen we. Verwacht niet iets terug te krijgen..."

uit 'De Zahir' , Paulo Coalho

Afgelopen weken slipte mijn agenda vol met allerlei soorten afspraken. Afspraken op privé gebied, afspraken die werk gerelateerd waren. En dan komt er op school vaak nog de nodige onverwachte zaken tussen, die ook druk op je tijd uitoefenen. Maar niet alleen drukte het op mijn beschikbare tijd, maar ook op de nodige emoties. 
Elke dag ervaar ik het weer, omdat omgaan en werken met mensen ook de nodige verrassingen met zich meebrengt. Het zijn allemaal interessante mensen, allemaal mensen met hun eigen agenda’s en hun eigen wensen en verhaal. Ik heb voor mezelf een duidelijke visie voor wat ik wil bereiken. Ik heb afspraken met mezelf gemaakt. Zoals ze staan in alle zelfhulpboeken die daar over gaan. Zoals men zegt in alle trainingen om jezelf en je doelen beter te leren kennen. “Je maakt je eigen keuzes”. Zo maak ik ook mijn eigen keuzes. Ik begrijp alleen de ene keer iets beter, dan een andere dat dit ook consequenties heeft. Soms leuk, soms minder. Soms zo dat ik teleurgesteld ben in bepaalde mensen. Zo, dat ik de neiging heb om mijn hoofd te laten hangen en het er ook maar bij te laten zitten. De afspraken met mezelf laten voor wat ze zijn. Gewoon omdat mijn norm niet dezelfde norm is die de ander hanteert, ook al doen ze dat soms wel geloven. Toch realiseer ik dat mijn missie geen “mission imposible” is, maar een prachtige levensreis. (Ithaka) Ook al denk ik af en toe dat het een onmogelijke opgave is wanneer ik merk dat mensen dubbele agenda’s hebben, niet oprecht zijn en die oprechtheid verkopen alsof ze er zelf in geloven. Maar met de wijze waarop ik wil leven probeer ik niet te oordelen, probeer ik achter het verhaal te komen, wat mensen drijft. “Soms tegen de klippen op” schreef laatst een collega c.q. medestudent. Iets waar ik in geloof, daar wil ik ook helemaal voor gaan. Maar "tegen de klippen" op voelt de laatste tijd steeds minder goed. “Loslaten” wordt steeds meer mijn motto. En wanneer de wens daar is krijg je de levenslessen er gratis bij… Respecterend dat iedereen zijn of haar keuzes maakt. En op grond waarvan? Dat blijft iets van het universum... 

zaterdag 8 mei 2010

soms is een rimpeling genoeg...

Als het water je tot aan de lippen staat, is de kleinste rimpeling voldoende om je te laten verdrinken...


De laatste tijd wanneer mensen mij vroegen: "Hoe gaat het? lange tijd niets meer van je gehoord" dan kon ik alleen maar zeggen: "druk, druk, druk". Een enkeling vroeg dan nog hoopvol en waar ben je dan zoal druk mee? werk, studie, sport en met name het zeilen meer onder de knie te krijgen. Ik weet dat ik van mezelf de lat heel hoog kan leggen en me alleen focus om toch maar die doelen te halen die ik mezelf stel. En dat moet dan ook nog van een bepaalde schoonheid en gratie getuigen op de wijze waarop ik alles dan doe. Wat ik dan niet door heb is dat het water aan mijn voeten begint te stijgen. Dat begint met slecht te slapen, zaken niet meer goed kunnen afronden. Zeker de zaken die dan toch niet zo mijn intresse hebben. En maar door gaan: Druk, druk, druk... Aan mensen in mijn nabije omgeving merkte ik dat ze al langzamerhand begonnen af te haken. Want met iemand die het alleen druk, druk, druk is natuurlijk geen land mee te bezeilen. En intussen voer ik een continue worsteling met mezelf. Dit moet nog af en dat moet nog af... Als ik straks maar eenmaal weer vakantie heb, dan komt het allemaal weer goed. Paper voor mijn literatuurstudie afronden, de eerste planning voor 2010-2011 maken. afronden van 2009-2010. Want er zijn na de vakantie nog maar zes weken te gaan en dan is er daar de grote vakantie. Het "so much to do", begint me als een hinderend rood knipperend neonreclame steeds vaker uit de slaap te houden. En wanneer net een week voor de vakantie een telefoontje komt, waarvan de vergankelijkheid van het leven maar weer blijkt, dan verlam ik. Niets en dan ook niets komt er die zelfde middag meer uit mijn handen. Voor het eerst sinds tijden zit ik die zelfde middag met een vriendin op een terras in de zon en drink rosé en praten over de dingen van alledag en iets dieper. Zij die niet zo lang geleden haar man verloren heeft kan mij als geen ander vertellen hoe vergankelijk alles is. Dat je naast je werk, hobbies en ander vluchtgedrag zoveel andere mooie dingen kunt nastreven. De laatste twee dagen voor de vakantie merk ik pas echt hoe hoog het water mij aan mijn lippen staat. Het wordt pompen of verzuipen. Compleet uitgeput dender ik de vakantie in. Even geen werk, maar aandacht voor mezelf. Veel slapen. Langzaam krijg ik weer zicht op het geheel. De energievreters moeten eruit. Het "gebed-zonder-end" projecten zoals ik deze vaak gekscherend noem. En dat betekent ook heel kritisch naar mezelf kijken, zodat ik weet dat ik die laatste paar weken voor de grote vakantie ik met alle energie de laatste dingen die er nog op stapel staan, met heel veel energie kan doen, maar wel met het oog op mijn gezondheid en welbevinden voorop.    
Sprankelend wordt
vol levenslust
wordt morgenstond
opnieuw gekust
Hoopvol omhels
ik de nieuwe dag
die mij begroet
met gulle lach
Weer is van 
mijn leven
een bladzij in mijn
levensboek geschreven.  

woensdag 27 januari 2010

Partir c’est mourir un peu.

Soms zijn er van die dagen dat je op één of de andere manier steeds geconfronteerd wordt met één specifiek item. Iets wat op dat moment blijkbaar een belangrijke plaats inneemt in het gewone leven. Deze week kwam "afscheid" nemen in verschillende hoedanigheden terug in mijn dagelijkse beslommeringen. Dat gaat dan leven in mijn hoofd. Afscheid nemen en de onherroepelijkheid ervan. Ik ken ze in allerlei vormen, afscheid nemen van een levenspartner, van een periode in mijn leven. Of het nu werk was of een verhuizing of van iets anders waar ik gehecht aan was. Soms wist ik al lang dat ik afscheid ging of moest nemen, maar op de één of andere manier heeft afscheid nemen op het 'moment suprême" iets ongrijpbaars. Het lijkt dan toch nog ongelegen en abrupt te komen. Het afscheid zelf zette me dan zo voor het voldongen feit dat het vertrouwde, of wat me ooit lief was, of wat ik ooit lief had gehad moet worden los gelaten. En dat is heel moeilijk. Het is raar, maar ook al was het soms een bewuste keuze van mij om ergens of van iemand afscheid te nemen. Toch was er dan het verlangen om datgene waarvan ik dan afscheid nam nog even te willen behouden. Hoe tegenstrijdig dan ook.

Ik heb me wel eens verbaasd dat ik dan ook een gevoel van rouw had. Wellicht omdat ik moest accepteren dat iets of iemand of juist die speciefieke situatie nooit meer terugkomt. Dat gaf dan een gevoel van gemis en ik voelde me dan ook wel melancoliek. Het impliceert zo je vergankelijkheid. Vaarwel zeggen betekent voor mij om direct geconfronteerd worden met de pijnlijke veranderlijkheid van het leven.

Dit schrijf ik niet omdat ik me op dit moment in zelfmedelijden dompel. Ik zie na elk afscheid ook wel weer de nieuwe kansen om de nieuwe leegte kunnen opvullen. Met hetgeen wat ik geleerd heb van de ervaringen die ik heb meegekregen...Soms vraagt het alleen even goed terugkijken en dat kan ook weer confronterend zijn...  Niet met het idee dat ik nooit afscheid meer hoef te nemen, maar wel met de hoop dat ik dan echt goed verder kan.

zaterdag 23 januari 2010

even tijd voor zelfreflectie...

De laatste twee dagen op de hei hebben niet alleen gestaan in het teken van wat ik allemaal de komende twee jaar kan verwachten bij het volgen van de Master opleiding. Maar ook wat er van mij verwacht wordt. Naast wetenschappelijk onderzoek zal er ook zelfonderzoek moeten plaatsvinden. Reflecteren op mijn eigen gedachten, gevoelens en herinneringen en deze dan onderwerp van overdenking en bezinning gaan maken. Dat is nu niet bepaald iets waar ik gelijk voor warm loop. Zeker niet als ik weet dat dit ook nog eens gepresenteerd moet gaan worden. Er zijn wel momenten van enige introspectie in mijn dagelijkse leven. Deze momenten beleef ik meestal in de auto of op de fiets. Van en naar huis. Een twintig minuten tot een half uur om mijn gedachten op een rij te zetten op de heenweg en nog zo’n half uur aan het eind van de dag. Daarnaast worden sommige momenten ook wel gepresenteerd op mijn blog. Mijn blog wil ik met name gebruiken voor gebeurtenissen, die gebaseerd zijn op wat ik zie, lees, meemaak en die zichzelf daarna weer terugvinden in nieuwe verhalen. Tenminste...

Verhalen, tja, die zijn er de laatste weken niet meer zo veel. Wel raar, want er gebeurt genoeg om over te bloggen. En los daarvan zitten er veel zaken in mijn hoofd. Ik hoef ze in feite alleen nog maar op te schrijven. Door te schrijven, ga je scherper zien, heb ik gemerkt. Waarom schrijf ik dan de laatste niets nieuws hier? Is het tijd om op te houden met bloggen, tijd voor een nieuwe aanpak, tijd voor nieuwe scherpte? Vandaag had ik even een momentje van introspectie. Over mijn blog en de vraag waarom ik ook alweer was gaan bloggen en wat ik dan wil bloggen. Niet om wereldnieuws met de lezer te delen, dat kunnen anderen beter en sneller. Een passieblogger ben ik niet en voor een community-blogger blink ik uit door afwezigheid. Een echte huis, tuin en keukenblogger ben ik ook niet, ook al is het wel eens leuk om over dagelijkse beslommeringen te schrijven. Daarnaast wil ik ook niet dat mijn blog een internetdagboekje wordt, maar dan zonder gouden slotje.

Het is heel simpel: ik ben gaan bloggen omdat ik het leuk vind. Leuk vind om te schrijven, leuk vind om reacties te krijgen. Daarom sla ik de boel niet op op mijn harde schijf, maar hier op mijn blog. Daar kan ik creatief schrijven over wat ik wil, er is geen format dat mij bindt en geen bladformule dat me een bepaald ritme oplegt. Ik kan soms ook gewoon even niet bloggen, omdat ik op dat moment even iets anders moet schrijven over meer belangwekkende aangelegenheden voor mijn werk. Soms denk ik wel eens dat ik een boek moet gaan schrijven, omdat in mijn hoofd nog veel verhalen zitten. Ik weet alleen niet of deze de moeite waard zijn om ze op te schrijven. En wat voor verhaal zou dat dan wel moeten worden? Fictie of misschien toch wel autobiografisch? Bij een bepaalde geur of bij muziek, of ik nu wil of niet, ploppen de herinneringen en de bijbehorende verhalen zo op in mijn hoofd. Het is dan ook niet toevallig waarom ik dit juist nu schrijf. Omdat juist vanavond ik werd getroffen door Verdi's stuk uit zijn opera Nabucco; Va pensiero. Het stuk wat ik voor het laatst gespeeld heb, ergens aan de vooravond van mijn achttiende levensjaar. Het stuk waar ik hard op oefende. Waarvan toen mijn leraar tegen mij zei: "Door te blijven oefenen krijg je het gevoel er in!" En op het moment dat ik het passioneler begon te spelen, mij durfde te geven en mijn hoofd en vingers steeds meer in balans kwamen. Vanaf dat moment, was het dat de klep van de piano voor mij dicht ging.

zondag 3 januari 2010

klussen.



Toen ik vanochtend uit het raam keek was de wereld wit. Het had gesneeuwd. Ik had heerlijk geslapen na een brakke dag en voelde me weer lekker fit. Op zo'n 2e januari zijn je voornemens nog lekker vers. Dit zijn juist van die dagen dat ik er echt zin in heb om op te ruimen. Maar daar begint bij mij ook gelijk een ander probleem... Bergingsruimte. Nu heb ik op zich wel een ruim appartement, maar ik mis ruimte voor berging. En de ruimte die ik heb, daar ligt alles lukraak ingekwakt. Netjes op volgorde van tijd. Dus dat moet hoognodig opnieuw worden ingericht. Gewoon schappen tegen de achterwand van de berging. Hoe simpel wil je het hebben? Ik weet al precies hoe ik het hebben wil. Je ziet het altijd in die klusellende-programma's hoe het wordt. Duidelijk en simpel wordt het uitgelegd door zo'n klussenier, die nooit mis slaat op zijn vingers en het altijd het heel heel soepel doet. Dus hoe moeilijk kan het zijn? Staat vaak ook zo'n smeuïg muziekje onder, zodat je helemaal het gevoel krijgt van: "Een kind kan de was doen en ik de schappen in de bergingsruimte". Ik ben enthousiast begonnen om de rotzooi maar een uit de kast te halen. Een grote grijze zak erbij en het ruimt dan lekker op. Een welwillende buurman heeft zijn boormachientje geleend en ik doe een verwoede poging om een gaatje in het beton te krijgen. Zowel ik, als het apparaat doet uiterst zijn/haar best om maar iets van een gaatje in de muur te krijgen. Uit de boormachine komt al rook en uit mijn neus stoom... Ik begin me dan toch daadwerkelijk zorgen te maken over de buren en wat dit gedrein van een zeurende boormachine met hun gemoedsrust doet. Ik flikker weer de zooi in willekeurige volgorde in de kast, deur dicht. Niemand die het ziet. Ik ga verder. Maar eigenlijk is me dat iets te kort door de bocht. Dan maar een iets kleiner project. De kleine bergruimte! Maar de muur bekijkend ga ik daar het zelfde probleem krijgen. De betonnen muur is meedogenloos. Maar ik heb daar wel minder schappen nodig. Dan maar naar een boormachine kijken. Ik zoek op waar de dichtsbijzijnde bouwmarkt is. Deze vind ik op een desolaat industrieterrein. Ik loop daar altijd wat onwezelijk rond. Ik klamp een wat puisterige verkoper aan en vraag naar een boormachien. Een achteloos gebaar brengt me in iedergeval bij de schappen van de gaatjesmakers. "My god" ze liggen er in allerlei kleuren en maten en prijzen. Ionische en supersonische, klop en slag en hamer... Bij mijn vraag welke boormachine ik het beste kan nemen krijg ik een antwoord waar ik niet zoveel mee kan: "Een klopboormachine klopt en een boorhamer is geschikt vor zwaardere kussen en je kunt op een boorhamer met een SDS sluiting ook een snelspankop voor gewone staalboortjes zetten" Ik sta deze man wat dommig aan te kijken en ik vraag of ik een hulplijn mag bellen?  Daar komt het verlossende woord: Waarom huur je gewoon niet. Ik helemaal blij, want voor die acht gaatjes wil ik helemaal geen ruim  €230,00 uitgeven. Bijna huppelend begeef ik me naar de kassa. Ik huur zo'n apparaat. "Maar", zegt de verkoopster ""je zult wel zelf het boortje moeten kopen. Welke maat heb je nodig?" Opnieuw kijk ik haar vragend aan? De maat van mijn kleding weet ik wel, maar een maat van een boor??? "Ik weet het niet echt" breng ik er wat voorzichtig uit. Ze helpt me door te zeggen; "Als jij even de schroeven haalt, zoek ik de boor erbij". Wederom begeef ik me in de paden, op zoek naar schroeven. En die zijn er: "honderdduizendmiljoen!" En nu? Gelukkig weet ik dat er bij de rails ook schroeven hingen, dus maar één straatje verder vind ik het verlossende zakje met plugjes en schroefjes. Blij kom ik even later met alle benodigheden uit de bouwmarkt. Terwijl ik in de auto stap, bedenk ik me hoe ik het zal gaan doen. Ik zie steeds meer beren op mijn weg, maar opeens ook een buurman. Ik doe mijn raampje open, wens hem een gelukkig Nieuwjaar. Even later is hij ook bereid om me wel even te helpen. Ik helemaal blij. Nog geen 200 meter verder rijd ik bijna tegen een volgende buurman aan. Weer gaan de raampjes open. Hij vraagt nadat we elkaar een goed Nieuwjaar hebben gewenst voor een bak koffie. Ik vertel kort dat ik aan het klussen ben en dat ik zo geholpen wordt door een andere buurman. Hij is zo aardig om ook een helpende hand te bieden. Nog geen 2 uur later breng ik de gehuurde boor terug. Twee mannen zijn bezig geweest om mijn schappen op te hangen en mijn lamp. Ik bracht af en toe wat commentaar en suggesties van de zijlijn, welke gelijk ook werden weggeschoven. "Ach" denk ik maar zo: "Ergens houd mijn emancipatie op!" Het is goed zo....